|
Gezondheidsraad
Aan de minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport
Datum : 21 april 2009
Geachte minister,
Op 20 maart 2008 vroeg u de Gezondheidsraad om advies over
preventieve mogelijkheden
bij ouderen. U verzocht de raad daarbij vooral aandacht te
geven aan preventie van beperkingen
in het functioneren, het voorkómen van verlies van
zelfredzaamheid en het terugdringen
van afhankelijkheid van de zorg. Een
speciaal daartoe geformeerde commissie
heeft het gevraagde advies opgesteld, dat ik u hierbij
aanbied, na consultatie van
de
Beraadsgroep Geneeskunde en de Beraadsgroep
Maatschappelijke Gezondheidszorg.
De focus op zelfredzaamheid wordt door de commissie
krachtig ondersteund. Zelfredzaamheid
speelt namelijk een grote rol bij gezond en succesvol
ouder worden. Het vraagt echter
om gerichte actie in onderzoek en praktijk. De commissie
stelt dat alle betrokken partijen
hierbij aan zet zijn; ouderen zelf kunnen een actieve rol
spelen, de diverse beroepsgroepen
moeten over hun eigen vakgebied heen kijken en alert zijn
op kansen om zelfredzaamheid
te bevorderen, onderzoekers moeten zich richten op
versterking van de wetenschappelijke
basis voor functioneringsgerichte preventie en het is aan
de overheid om een en ander te
faciliteren en te stimuleren.
Mede op uw initiatief is er al het nodige op dit brede
terrein in gang gezet. Zo is er het Nationaal
Programma Ouderenzorg onder auspiciën van ZonMw. Daarin
wordt ook aandacht
geschonken aan preventieve activiteiten, maar ik deel de
visie van de commissie dat zelfredzaamheid
van ouderen daarbij nog onvoldoende scherp in het vizier
wordt genomen. Het
advies bevat aanbevelingen hoe dat voor de komende tijd
beter kan.
Belangrijk vind ik tenslotte ook dat de commissie
zelfredzaamheid niet tot een absoluut
doel verheft. Vroeg of laat zullen velen van ons dusdanig
kwetsbaar worden dat zelfredzaamheid
plaats gaat maken voor andere waarden die bij een naderend
levenseinde aan
belang winnen. Het zelf verdwijnt daarmee echter niet uit
beeld: eerder is het zo dat het zich
dan zal moeten manifesteren in termen van welbevinden,
regievoering en autonomie.
Hoogachtend,
Prof. dr. ir. D. Kromhout
vice-voorzitter
|